Rustdag in Veroli na twee dagen stappen vanuit Anagni via Ferentino – 42 km

Veroli, 5 april 2018, 13u15

Ik zet mij in een van de zwarte rieten zeteltjes in het zonnig tuintje van de Monastero di San Erasmo van Veroli (lees met accent op de eerst lettergreep en met ‘accent grâve’ op de e). Even tijd nemen om mijn gedachten op papier te zetten.

Dit zeer mooi recent volledig gerenoveerd klooster ligt links van de Romaanse toegangspoort tot de stad.

Door de andere stadspoort – de Napolitaanse – kwamen wij gisteren aangesjokt, vlak na het passeren van de San Valentino kapel…

… van waaruit we een heel mooi uitzicht hadden.

André ligt in ons kamer op het Alessi-achtig wit bed – dat een mooi contrast biedt met de stenen kloostermuren – het slot van het boek ‘Over elk vergeten heen’ te lezen. Dit is het voorlaatste boek van de Leuvense auteur Jo Claes waarin hoofdinspecteur Berg een moord tracht op te lossen waarbij de faculteit ‘Hoger Instituut voor Wijsbegeerte’, in verwikkeld is. Ik ben het boek ook beginnen lezen want ook het aspect fictie met betrekking tot mijn faculteit interesseert mij.

Op het binnenpleintje roept een oudere strenge regisseur regelmatig ‘Azzione!’. Ze zijn een film voor en door de jeugd aan het opnemen over overmatig alcoholgebruik en het daaraan gekoppeld sociaal wangedrag.

De acteur roept lallend, terwijl hij met moeite een fles bier in zijn hand probeert te houden, naar de wenende actrice bovenaan trap: ‘Echt waar ik hou van jou. Ik kan niet zonder jou.’ Het meisje sneert met tranend stem terug ‘Daar had je eerder aan moeten denken. En dan nog met mijn beste vriendin nota bene. Ga weg! Ik wil je nooit meer zien!’

Ik mocht daarnet – toen we terugkwamen van onze matinale wandeling door Veroli – van de sympathieke cameraman door de lens kijken. Wat ik vond van de ‘ciociari’ wou hij weten. Ik had echt geen idee wat hij bedoelde en stond met mijn mond vol tanden. ‘Zo noemen ze de inwoners van onze provincie Frosinone, waar Veroli onder valt’ legde hij uit. ‘De naam komt van het schoeisel dat ze hier vroeger droegen: een leren zool die ze met lappen rond hun benen bonden.’ Aha! ‘Vriendelijke mensen, zeer mooie dorpjes die telkens een prachtig uitzicht bieden eens je boven geklauterd bent, maar vreselijke wegen om als pelgrim te voet te doen’ kan ik na deze verduidelijking antwoorden. ‘Te voet?’ reageerde hij verbaasd, om na even nagedacht te hebben, mij erop te wijzen dat er een weg is speciaal voor pelgrims en dat de ‘Via Francigena del Sud’ heet. Hij wou onmiddellijk zorgen voor een wegbeschrijving, stafkaarten, … Zo sympathiek en enthousiast dat hij alleen maar mijn visie over de vriendelijkheid en gedienstigheid van de mensen hier bevestigde. Wanneer ik er eindelijk in was geslaagd hem duidelijk te maken dat we die weg al aan het volgen zijn, wist hij het ook niet meer en keek verontschuldigend berustend.

We bezochten vanmorgen onder andere de Basiliek van de Santa Maria Salamone, waar de relikwieën van de getuigen van de kruising van Jezus zich bevinden.

Binnen in de basiliek treffen we een ‘Scala Santa’. Als je de twaalf treden op je blote knieën doet, krijg je een aflaat voor je zonden van de voorbije 100 dagen. Dit is een van de 3 heilige trappen waar je aflaten kan verdienen. Die in Rome op het San Giovanni-plein heb ik al gezien. Die heeft 28 treden maar dan krijg je wel een volledige aflaat. Er zou er nog eentje in Jeruzalem zijn, maar daar ben ik nog niet geweest.

André en ik hebben in de plaats van de trap te doen op onze knieën, genoten van het zonnetje en het panorama vanop het Belvedere.

Aan de Sant’Andrea kerk op de Piazza Giuseppe Mazzoli, voeren wij een ons zeer bekend gesprek. ‘Ik heb mij er inmiddels mee verzoend hoor, maar ik blijf het toch raar vinden dat ‘André’ in het Italiaans ‘Andrea’ is. Hoe noem je dan Andrea, de vrouw dus, in het Italiaans?’ ‘Ook Andrea’ antwoord ik voor de-ik-weet-niet-hoeveelste keer. Waarop André, ook voor de-ik-weet-niet-hoeveelste keer, zucht: ‘Rare jongens die Romeinen’.

Op dezelfde piazza kwamen we vanmorgen ook Vincenza tegen, een chique dame tegen, die gisteren heel lekker voor ons kookte in de Hosteria Gratilla Verolanum, recht tegenover de San’Andrea kerk. ‘Om hoe laat komen jullie vandaag eten?’ vraagt ze opgewekt. ‘Drie uur?’ antwoord ik impulsief. ‘Het eten zal klaar zijn’ glimlacht ze vriendelijk en laat ons een beetje verwonderd achter, niet om de onbewuste reservatie die we blijkbaar gemaakt hebben, maar om de pijnlijke manier waarop ze moet glimlachen wegens haar te strak opgetrokken kin, wangen en ogen.

Pomponia Gratilla, naar wie de Osteria genoemd is, – vertelt ze ons later tijdens het weerom heerlijk eten – is de enige Verolaanse vrouw die iets in de geschiedenis van Veroli betekent heeft. Ze was een krijgsvrouw die haar mannetje kon staan ten tijde van de Hernische heerschappij, een oud-Italiaanse bevolking die in deze contreien, aan de voet van de Monti Ernici in de zuidelijke Apennijnen, leefde.

Gisterenavond heb ik de eerste meditatie van Descartes opnieuw gelezen. Het heeft immers geen zin om over te gaan tot de tweede zolang ik deze niet volledig ten gronde gedaan heb.

Tot nog toe heb ik begrepen dat, als ik ooit net als Descartes tot echte zekerheden wil komen,

  • ik moet twijfelen aan alles wat via mijn zintuigen binnenkomt want het kan zijn dat die mij bedriegen (let op: het is niet altijd zo, maar het kan zijn)
  • ik niet aan de volmaakte God moet twijfelen maar rekening moet houden met een mogelijke kwade geest die mij misschien tracht te bedriegen

Dat deel van de meditatie heb ik al uitgevoerd op stapdag 1 en 2.

Wat ik nog in twijfel moet trekken, is het feit of ik droom of wakker ben, want, zo schrijft Descartes op pagina 40 van zijn Meditaties:

Als ik dat nu oplettender overdenk, zie ik duidelijk hoe ik nooit zékere aanwijzingen heb om de waaktoestand van de slaap te onderscheiden.’

Met dit in het achterhoofd overloop ik de laatste twee stapdagen.

Ik heb een droom gehad die realistisch was en waaruit ik niet wou ontwaken. Die met de liefelijke Chanel-engeltjes die mij omtoverden van pelgrim naar Chanel-vrouw.

En ik denk dat ik wakker was terwijl we weer kilometers lang op drukke wegen tussen Anagni en Veroli stapten…… maar ik wou dat het een droom was waaruit ik snel zou ontwaken.

En soms leek ik ook te ontwaken. Zoals bijvoorbeeld op het stuk waar we zigzaggend naar omhoog klommen richting Veroli en geen auto’s ons voorbij kónden zoeven …

… en waar Eleonora en Didi, haar hondje, ons iets te drinken aanboden en vriendelijk de weg wezen die we eigenlijk wel kenden.

Ook boven in Anagni, op een muurtje gezeten, genietend van de zon (wel met muts, sjaal en handschoenen aan) …

… en gisterenavond hier in Veroli, wachtend op de zonsondergang (die we niet zagen wegens teveel wolken) leek de nachtmerrie doorbroken.

Dus inderdaad hoe kan ik zeker zijn dat ik niet droom maar waak of omgekeerd?

Ik denk dat ik klaar ben voor de tweede meditatie ‘Over de aard van de menselijke geest; dat deze beter te kennen is dan het lichaam.

Die ga ik proberen te doen terwijl we verder stappen, want dat hebben we na alle overwegingen vandaag besloten. Uiteindelijk valt alles best mee, behalve het gebrek aan rustige wandelwegen.

Liefs,

Concetta

3 gedachten over “Rustdag in Veroli na twee dagen stappen vanuit Anagni via Ferentino – 42 km

  1. Prachtige mensen en prachtige dorpjes overgoten met een sausje C&A met als topping een dot echte C. Haar overpeinzingen en schrijfstijl brengen je midden in een wolk echte slagroom. Meer moet dat zijn. Dikke kus

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s