Vrijdag 26 mei 2017: Lébou – Saint-Jean-du-Gard – 16 km

Ik ben op tijd klaar, heb prima geslapen, voel mij goed, heb nergens pijn en heb zin in deze laatste stapdag. ‘Nog deze laatste marteling en ik ben ervan af’ denk ik geheel onterecht.  Want buiten het feit dat het tempo te hoog is voor mij, vind ik alles geweldig: de omgeving, de groepsleden, …

… de mensen die ons ontvangen – zoals dit geweldig koppel, Isabelle en Christiane van de Mas Stevenson – de mensen die we ontmoeten, het kaarten.  (Ja zalig dat kaarten.  Hoop dat we vanavond nog eens kunnen spelen.)

Vandaag zullen we het volgens mij heel rustig aan kunnen doen.  Van hier in Lébou tot Saint-Jean-du-Gard zijn het slechts 15 km volgens de gids.  En de stijging en daling vallen ook mee: van 255m naar 600m naar 286 (behalve de stijging dan! Pff).

Enthousiast begin ik mee te stappen, vooraan in de groep. De stijging begint onmiddellijk van aan de Mas Stevenson tot het dorp Saint-Etienne-Vallée-Française.  Ik raak dan ook onmiddellijk achterop.  Laat het niet aan mijn hart komen.  Groet vriendelijk alle mensen die passeren. Die groeten allemaal even vriendelijke terug.  Zalig.  Dan groet ik nog een man, heel vriendelijk.  Die komt helemaal tot vlak bij mij, geeft mij een hand en drie kussen.  Wauw, dat is wel heel vriendelijk maar ook wat verschrikkend, vind ik.  ‘Ken je mij niet meer’ vraagt de man ‘Olivier, le danseur’ zegt hij terwijl hij elegante dansbewegingen maakt met het brood en de fles water die hij in zijn handen heeft.

Hoe leuk, ik had hem inderdaad niet herkend.  Vorige keer had hij pet en zonnebril op, nu niet.  We babbelen wat, een andere Fransman komt meebabbelen. Zalig! Help, mijn groep is nu helemaal uit het zicht.  Ik hoop dat ze nog dat stipje zijn, daar aan het einde van de brede, met linden omzoomde laan.

'Komaan, doorstappen jij!' maan ik mijzelf aan.

Iets verderop in het dorp kom ik François met zijn ezel Vagabond tegen.  François sliep vannacht ook in de Mas Stevenson en heeft een eigen ezel, geen gehuurde.  Ik volg beiden in hun kielzog en registreer met mijn smartphone de geluiden die Vagabond maakt: zijn hoefgeklak, zijn gebalk.  En uiteraard maak ik ook veel foto’s.

We dalen terug af naar 240m. We gaan links de brug op en komen zo op een oude koninklijke baan en klimmen naar col Saint-Pierre op 600m.  Het is nog maar 10 uur en we zijn al op het hoogste punt van de dag.  Dat is vind ik bemoedigend. Ik zie de anderen ook goed zweten. Ook dat vind ik bemoedigend. En nu, hop, hop, richting Saint-Jean-du-Gard afdalen.

Een voor een want het pad is smal.

Halverwege de afdaling vinden we de dansers rustend onder een boom.  Helemaal onderaan de afdaling vinden we Olivier met wagen die de eventuele noden van zijn mede-dansers komt lenigen.  ‘Wil je meerijden?’ vraagt hij.  ‘Neen, neen’ bedank ik hem beleefd ‘het is niet ver meer, toch?’

Ik had het immers niet willen missen: – het verder trekken langs de stromende rivier met badende mensen; – de mooie klaprozen overal;

– onze picknick – niet langs de rivier, maar langs de weg in het gras – (de pasta met tonijn die we meekregen, smaakte geweldig goed);

– de prachtige uitzichten.

Maar waarom moeten we zo stevig doorstappen?  Waarom rusten we tussendoor niet even uit, zoals deze mensen, aan de oever van de rivier? We hebben toch alle tijd.

Oef, we zijn er, denk ik wanneer ik de groep drinkend zie zitten op een bankje in het begin van het dorp.  Neen, we zijn er nog niet, nog even doorstappen, de rivier over.

Waarom gaan we niet even iets drinken op een van de vele terrasjes in dit leuke dorp, Saint-Jean Du Gard?  Waarom razen we voorbij alle leuke winkeltjes en prachtige gebouwen?

En waarom houden we pas halt aan de onnozele parking?!

Doordat ik steeds achterop hinkel heb ik niet gehoord dat we eerst naar de plaats moeten gaan waar tussen 14u en 15u de taxi ons zal komen oppikken, om ons terug naar Chasseradès te brengen.  ‘Zo weet iedereen waar hij/zij straks moet zijn en kan iedereen nu doen waar hij/zij zin in heeft’ is Eddy’s weluitgekiende uitleg.  ‘Ik ga nu iets drinken op een terrasje, wie mee wil gaan is welkom’ besluit hij.

Iedereen gaat mee naar het terras.  Iedereen drinkt iets, niet een maar twee consumpties.  Iedereen volgt Eddy terug naar de parking.  Iedereen wacht samen geduldig – een dik drie kwartier lang – op de taxi die uiteraard op het laatste van de opgegeven tijdszone komt.  Iedereen komt geradbraakt aan in Chasseredès na twee uur heen en weer geslingerd te zijn in de taxi, die de vele haarspeldbochten in volle vitesse zonder enige consideratie nam. Iedereen gaat naar zijn kamer lekker douchen en druipt dan naar beneden voor een aperitiefje …

… of om te kaarten met aperitief. Het wordt het laatste, maar tevens leukste kaartpartijtje van de week! We amuseren ons rot. Tja, er zijn nu eenmaal mannen die zelf brein krakend een kaart op tafel leggen en denken dat vrouwen zomaar snel, snel een willekeurige kaart op tafel leggen.  Tja, die zijn soms bedrogen uitgekomen.  Ik verontschuldig mij alleen bij Walter voor die keer dat ik met de verkeerde partner meespeelde en hij zich helemaal alleen voelde, door iedereen verlaten in kaartland.

Ons late laatste avondmaal smaakte alweer (mijn BMI zal er wel bij varen, grrr). Maar ik had weer reuzehonger.

Onze laatste avondwandeling naar het dorp Chasseradès was idyllisch.  Dat ik de groep alweer kwijtraakte midden in het dorp, daar kon ik echt niet aan doen.

Het meisje met de roze trui riep mij, – ik had geen idee van waar ik haar kende, nu ook nog niet trouwens – vroeg hoe mijn wandeling was verlopen en stelde mij aan haar Zwitserse vrienden voor.  Daarna heb ik de groep gezocht, maar niet gevonden.

En toen kwamen ze afgedaald, als apostelen uit de hemel: ze waren naar het kerkje hogerop gelopen.  Samen keren we terug naar ons feeëriek verlicht hotelletje.  Behalve Els en Jean, die daar hoog boven de berg aan de kerk achterbleven, voor een – ik schrijf zoals het mij verteld werd – ‘amoureus onderonsje’.

Zalig is het om weer samen in een bed in een eigen kamer te slapen met 'mon amour'.

‘Hou van je’ ‘Ik ook’ ‘Slaap wel’ 'Slaap lekker' ‘kus, kus, ….

Liefs,

Concetta

 

2 gedachten over “Vrijdag 26 mei 2017: Lébou – Saint-Jean-du-Gard – 16 km

  1. Vergelijkingen: einde Compostella, Rome, Scherpenheuvel, Tour de France: afgepeigerd maar content over de mensen en de dingen. Goed voor duizend herinneringen wanneer jullie laaaaaaaater, vééééééél laaaaaater in de zetel op jullie terras zitten. Het is mooi geweest. Proficiat!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s